STEMS AANLEVEREN VOOR EEN MIX: DE CHECKLIST
Een goede mix begint niet in de studio van de mixer, maar bij jou: bij hoe je je bestanden aanlevert. Rommelige of incomplete stems kosten tijd, en tijd die opgaat aan uitzoeken gaat niet naar je muziek. Met deze checklist zorg je dat de mixer meteen aan de slag kan.
Stems of losse sporen?
Eerst even de begrippen. Losse sporen (multitracks) zijn alle afzonderlijke kanalen uit je project: kick, snare, hi-hat, bas, elke synth apart. Stems zijn groepen daarvan: alle drums samen, alle synths samen, de leadzang, de backings.
Bij Foltaazje mixen we standaard vanaf gegroepeerde stems. Heeft een groep veel verschillende onderdelen die elk aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld een drumkit, lever die dan liever in losse sporen aan. Twijfel je? Vraag het even voordat je exporteert.
De checklist
1. Exporteer alles vanaf hetzelfde startpunt
Laat elke stem beginnen op maat 1 (of op exact hetzelfde punt) en exporteer ze allemaal met dezelfde lengte, ook als een instrument pas later in het nummer begint. Zo staat alles bij het inladen meteen goed uitgelijnd.
2. WAV of AIFF, geen mp3
Lever ongecomprimeerde bestanden aan: WAV of AIFF, minimaal 24-bit, op de samplerate van je project (meestal 44,1 of 48 kHz). Mp3’s en andere gecomprimeerde formaten zijn niet geschikt om mee te mixen.
3. Haal alles van je master af
Zet limiters, compressors en andere plug-ins op je masterbus uit voordat je exporteert. Die bewerking hoort bij de mix en mastering, niet bij de stems.
4. Laat ruimte: geen clipping
Zorg dat geen enkele stem clipt (in het rood gaat). Laat wat ruimte over; als richtlijn pieken rond de -6 dBFS. Te zacht is geen probleem, te hard wel.
5. Effecten: maak een bewuste keuze
Is een effect onderdeel van de sound, zoals een delay die het ritme draagt of een vervormde synth? Exporteer het dan mee. Gaat het om algemene ruimte, zoals reverb op de zang? Lever dan een droge versie aan, en eventueel een versie met effect als referentie. Bij twijfel: allebei.
6. Duidelijke namen
Geef bestanden een herkenbare naam met een nummer ervoor, zodat ze in de juiste volgorde staan: 01_Drums, 02_Bas, 03_Synths, 04_Leadzang. “Audio 17” en “Track 3 (bounce)” maken het lastig.
7. Stuur een referentie mee
Exporteer ook je ruwe mix (je eigen versie zoals hij nu klinkt) en noem een of twee referentietracks van artiesten die klinken zoals jij het voor ogen hebt. Dat is de snelste manier om dezelfde taal te spreken.
8. Noteer tempo en toonsoort
Zet het BPM en de toonsoort in de mail of in de naam van de map. Werk je met tempowisselingen, meld dat dan ook.
9. Schrijf je wensen op
Wat vind je goed aan je eigen mix, wat stoort je? Moet de zang naar voren, de kick harder, het refrein groter? Een paar zinnen helpen enorm.
10. Eén map, één link
Zet alles in één map, pak die in als zip en stuur hem via WeTransfer, Dropbox of Google Drive.
Kort samengevat
- Zelfde startpunt en lengte voor alle stems
- WAV of AIFF, 24-bit, samplerate van je project
- Niets op de masterbus
- Geen clipping, pieken rond -6 dBFS
- Bewuste keuze in effecten: bij twijfel droog én nat
- Duidelijke, genummerde bestandsnamen
- Ruwe mix en referentietracks erbij
- BPM en toonsoort vermeld
- Je wensen in een paar zinnen
- Alles in één zip
Klaar om te mixen?
Lees ook wat het verschil tussen mixing en mastering is, of bekijk direct de tarieven en vraag je mix aan op de pagina mixing & mastering.